© BSP 2013 Kwaliteit Nederlandse bossen Zwarte spechten eten vooral keverlarven in plaats van mieren. Vooralsnog leidt dit niet tot problemen voor de jongen.  Groene spechten zijn regionaal zeldzaam geworden.  Of er een verband is met broedsucces moet nog worden opgehelderd. In Nederland vind je geen oerbossen meer, maar toch worden nog grote delen van het land door bos gedomineerd. Vooral op de zandige, mineralenarme bodems (bijvoorbeeld op de Veluwe) zijn bossen erg gevoelig voor de effecten van bodemverzuring en stikstofdepositie. In dit thema onderzoeken we de precieze mechanismen van het verlies van biodiversiteit door degeneratie van de boskwaliteit en proberen we tot herstelmaatregelen te komen. Eén van de onderzoekslijnen is het bestuderen van de effecten van verzuring en vermesting op de bodemkwaliteit, fysiologie van bomen (zomereik) en de kwaliteit van de bomen voor vlinderrupsen. De voedselkwaliteit is een belangrijk knelpunt voor de ontwikkeling van nachtvlinderpopulaties. Het kwaliteitsverlies van het boshabitat wordt via zangvogels doorgegeven tot toppredatoren, zoals de sperwer. De populatie van deze roofvogel is ingestort in samenhang met kwaliteitsverlies van hun habitat en hieruit voortvloeiende problemen in hun eiwitmetabolisme. In de meeste bossen zijn rode bosmieren zeer schaars geworden. Populaties van mierenspecialisten zijn sterk teruggelopen of weggevaagd (groene specht en draaihals). We bestuderen de populatiedynamica van rode bosmieren en spechten als hun belangrijkste belagers. In sommige bossen zijn rode bosmieren zeer talrijk; voorlopig draagt dit alleen maar bij aan het mysterie!